donderdag 3 mei 2012

Rust roest - niet!

Presenteren gaat om meer dan praten alleen. Rust nemen is misschien wel belangrijker, in je woorden en in je gebaren. Durf af en toe eens stil te zijn.

Laatst sprak ik met iemand over het tango dansen. 'De kern' , zei deze geoefende danser, ' is rust. Rust in je houding, rust in je lijf. Je moet niet te veel willen. Laat je met aandacht meevoeren. Zo gauw je denkt: ik ga dansen, dan ga je juist niet dansen. Want dansen gaat vanzelf.' En zo is het ook met spreken.

We denken dat we bij een presentatie maar moeten blijven praten. Want, ja, het is een presentatie, een ouderwetse spreek-beurt. Maar als je aan één stuk doorpraat, dan volgt je publiek je niet meer. Het krijgt namelijk niet de kans om na te denken over het gezegde. Misschien heb je zelf ook wel eens ervaren dat je nerveus wordt van een nerveuze spreker. Wat is het fijn als iemand de rust neemt om jou na te laten denken of lachen. Om je weer op adem te laten komen.

Rust zit hem in twee dingen: in de gebaren die je gebruikt en de manier waarop je je stem gebruikt. Gebaren ondersteunen je stem, maar kunnen ook afleiden. Dan kijkt je publiek alleen naar je zwaaiende armen en hoort niet wat je zegt. Laatst deed ik een experiment met mijn cursisten. Eerst moesten ze met heel veel gebaren spreken, daarna waren ze alleen op hun stem aangewezen. Unaniem zeiden ze dat bij de tweede oefening het verhaal krachtiger overkwam. Nu ging de aandacht naar wat verteld werd.

Met je stem kun je al ontzettend variëren, daar heb je je gebaren niet eens voor nodig. Maar vaak heb je de neiging om snel te praten. Hoe sneller je spreekt, hoe eerder je presentatie immers klaar is. Maar volgt je publiek je nog? Komt je boodschap over? Net als bij dans of muziek zit er een ritme in je verhaal. Het gaat snel, langzaam, en dan is er een tel rust. Rust om op adem te komen of juist stilte om spanning op te roepen.

Rust in een presentatie is een voorwaarde voor succes. Pas dan kan je luisteraar, net als die danser, zich mee laten voeren. En dan ga jij als spreker, echt praten, vertellen.

Wil je ook met rust leren presenteren? contact@carintiggeloven.nl


vrijdag 20 april 2012

Voorzitten 'op gevoel'

Wat is een goede voorzitter? Iemand die een vergadering strak leidt of iemand die de ruimte geeft? En als je al ruimte geeft, hoeveel dan? Ook al weet je het zo goed, de praktijk is weerbarstig.

Ik houd zelf van een strak geleide vergadering, die op tijd begint en op tijd eindigt. Als mensen in herhaling vallen, dan is hun spreektijd voorbij. Ik heb weinig geduld met mensen die alleen zichzelf graag horen. Maar dat laat ik natuurlijk niet blijken. Vriendelijk, doch beslist, met een glimlach wijs ik hen erop dat hun spreektijd voorbij is. Meestal hebben ze de boodschap begrepen. Een enkeling probeert het nog eens.

Maar, het gaat ook wel eens anders. Jij hebt als voorzitter je agenda. Die wil je graag binnen de tijd afronden, en dan wil opeens een groep mensen over een heikel thema discussiëren. Een onderwerp dat niet gepland is, maar waarover de meningen verdeeld zijn en waarbij de emoties hoog oplopen. Een cursist van mij maakte het mee. Zijn oplossing: het onderwerp toch maar op de agenda zetten en er een half uur over discussiëren. Het ene deel van de zaal was daar blij om, het andere deel niet. Had hij het nou goed gedaan, vroeg hij zich af.

Hier houden de regels van strak voorzitten op, vind ik. Als een thema tot zoveel opwinding leidt, dan ontkom je er niet aan om het alsnog op de agenda te zetten. Al is het maar dat iedereen zijn mening kan geven. De druk moet van de ketel. En ook al zou een meerderheid tegen de discussie zijn, dan nog kun je besluiten het wél op de agenda te zetten. Je peilt de temperatuur van de zaal.

Als ik zelf voorzitter ben, moet ik altijd even acclimatiseren: wat zijn dit voor mensen, wat leeft er in groep, wat hangt er in de zaal. En dan ga ik aan de slag, met die agenda - voor zover mogelijk. Mijn doel is dat de mensen met een goed gevoel naar huis gaan. Ook al hebben ze niet op alle punten hun gelijk gehaald. Maar wel is alles besproken wat besproken moest worden. Als voorzitter heb ik al mijn voelsprieten uitstaan. En dan wil ik ook nog op tijd klaar zijn.




donderdag 9 februari 2012

Lezen of luisteren?

Ik houd van twitter: in 140 tekens iets leuks opschrijven. Dat vind ik de kunst. Het is bijna als dichten. Met zo min mogelijk woorden, je maximaal uitdrukken. Sowieso houd ik van dit tijdperk van minder geschreven tekst. Veel tekst is vaak overbodig. Het verbloemt. Wie leest immers al die rapporten? Misschien zouden we sowieso minder kunnen schrijven en meer kunnen vertellen. Want dat is ook een kunst.

Een tijdje geleden leidde ik een tweegesprek op een medewerkersbijeenkomst. Tevoren had ik wat documenten gekregen, die ik doornam om een idee te krijgen waar het over zou gaan. Vervolgens sprak ik de mensen die ik zou interviewen en nog een paar mensen die erbij waren betrokken. Ik kreeg een beeld: het was een groot bedrijf dat voorop wilde lopen in haar branche en daar samen met de medewerkers aan wilde werken. Door te praten met de topman van het bedrijf en de voorzitter van de OR werd ik snel wijzer. Mondeling vertelden zij mij waar het over ging. En aan de manier waarop zij dit vertelden: opgewekt, gedreven, met pauzes en voorbeelden, wist ik wat voor hen, ieder afzonderlijk, belangrijk was. Natuurlijk kon ik uit de stukken ook de nodige informatie halen. Maar wat deze twee mensen mij vertelden was cruciaal voor mijn informatie. Eigenlijk genoeg voor het gesprek. Ik was klaar met de voorbereiding en kon gaan schaatsen.

Ik houd daarom ook niet van uitgebreide rapporten. En ik ben niet zo'n ster in diagonaal lezen. Ik zoek de samenvatting, maar die kan natuurlijk ook vertekend zijn. Dus het liefst bel ik de betrokken mensen. Dan hoor ik tenminste wat voor hen belangrijk is, wat hen beweegt.

Wij zijn nog steeds heel erg gericht op tekst, en wellicht ook op beeld. Zelf ben ik grote radiofan, en luister dus regelmatig. Natuurlijk lees ik ook de krant en volg ik de actualiteiten op internet, maar echte informatie haal ik van de radio - o hoe ouderwets. Dat onthoud ik.

Wat mij altijd heeft gefacineerd is het gegeven dat Groot-Brittannië geen geschreven Grondwet heeft. Dat zegt heel veel over de overkant van het Kanaal. Zolang de grondwet niet geschreven is, kun je hem ook niet veranderen. De common law, het gewoonterecht, dat de Britten hanteren, verandert slechts heel langzaam. In die common law wordt duidelijk wat de waarden en normen van het land zijn. Je ziet de cultuur van het land in de praktijk. Die hoef je niet op te schrijven.

Nu wil ik niet onze grondwet afschaffen. Het gaat mij om de verankering. Die zit hem niet in het geschrevene, maar eerder in het gedeelde, en dat kan beter verteld worden. Zoals een docent pas echt goed is, als hij de theorie goed kan uitleggen. Geschreven tekst is maar geschreven. Het vertelde blijft je bij. Daarin hoor je de waarden van iemand. De intonatie, het beeld, een goed verhaal, dat sla je op. Volgens mij mogen we dus minder schrijven en meer luisteren. Dan horen we waar het om gaat.










Hoe doe je dat bij een interview? Je verzamelt informatie, leest en spreekt de mensen om wie het gaat. Zo doe ik dat althans. Afgelopen week nog. Ik lees me in, vorm me een beeld van het onderwerp. Vervolgens spreek ik voor met de toets mijn ideeën vervolgens aan degenen die ik spreek en aan hun omgeving. Vaak blijkt d
In mijn werk als interviewer/gespreksleider spreek je natuurlijk met mensen. Deze week was ik weer eens gespreksleider - mijn werk. Ik interviewde twee mensen om en om en ze mochten op elkaar reageren. Van tevoren had