vrijdag 5 april 2013

Vooroordelen


Als ik aan wijn uit het Midden-Oosten denk, denk ik: die is vast zwaar, met een bombardement aan smaak, en weinig subtiel. Maar, deze week bleek: mijn vooroordeel klopt niet.

Ik houd van subtiele wijnen. Wijnen die ‘spannend’ zijn. Spannende wijnen zetten je op het verkeerde been; ze houden je aandacht vast en zelfs in de afdronk geven ze je nog een onverwachte hint. Veel leuker dan wijnen die ‘gewoon’ lekker zijn: met meteen veel smaak in je mond, maar waarvan je ook weet: dit is het dan. Wijnen moeten verleiden.

Verleider?
Zo’n verleider was deze Jordaanse wijn niet, die ik op het vliegveld in Amman kocht. Dacht ik. Maar ja, als vinoloog wil je wat. Je wilt proberen, proeven, proberen. Dus gekocht en thuis vrij snel ontkurkt. Ik had mijn gezelschap al gewaarschuwd: we drinken de Jordaniër. Ik vermoed dat het veel van alles is: smaak, alcohol…maar weinig finesse.

Vooroordeel
Waarom ben ik zo bevooroordeeld? Dat komt door de plek waar de wijn vandaan komt. Op zich is het Midden-Oosten een prima wijnproductiegebied. Er komen mooie wijnen uit Libanon, de Beka’avallei bijvoorbeeld. Want: het klimaat is gunstig en constant: warm en droog. Een goede basis voor de wijnbouw, die daar ook al eeuwen plaats heeft. 

Frankrijk
Eigenlijk is het ook heel vreemd dat wij Frankrijk als hét wijnland bij uitstek bestemmen. Want Frankrijk, en vooral de topstreken Bourgogne en Bordeau hebben een grillig klimaat, waardoor je nooit weet of de wijn dit jaar goed wordt, of door de gootsteen kan worden gespoeld. En ieder jaar is de wijn, ook al is het van hetzelfde château, weer anders. Lang leve de warme wijngebieden, met hun constante kwaliteit. Maar – en dat is de crux -  die maakt het dus ook meteen saai: want jaar in jaar uit dezelfde smaak…dan kun je net zo goed cola maken.

Spanning
Daarom was ik blij met deze Jordaniër. Die weliswaar ook een volle smaak van blauwe bessen had, maar ook nog tannines en zuur. Ik was aangenaam verrast. Er zat toch een beetje spanning in de wijn. Hier is toch een betere wijnmaker aan de slag geweest. Mijn oordeel is bijgesteld.

Deze Jordaniër is een Mount Nebo, 2011, Cardinal Rouge Dry van Haddad, Jordan. Mount Nebo is de plek vanwaar Moses het heilige land zou hebben aanschouwd. Niet voor niets heet deze ook ' wine of the holy land'. 

donderdag 3 mei 2012

Rust roest - niet!

Presenteren gaat om meer dan praten alleen. Rust nemen is misschien wel belangrijker, in je woorden en in je gebaren. Durf af en toe eens stil te zijn.

Laatst sprak ik met iemand over het tango dansen. 'De kern' , zei deze geoefende danser, ' is rust. Rust in je houding, rust in je lijf. Je moet niet te veel willen. Laat je met aandacht meevoeren. Zo gauw je denkt: ik ga dansen, dan ga je juist niet dansen. Want dansen gaat vanzelf.' En zo is het ook met spreken.

We denken dat we bij een presentatie maar moeten blijven praten. Want, ja, het is een presentatie, een ouderwetse spreek-beurt. Maar als je aan één stuk doorpraat, dan volgt je publiek je niet meer. Het krijgt namelijk niet de kans om na te denken over het gezegde. Misschien heb je zelf ook wel eens ervaren dat je nerveus wordt van een nerveuze spreker. Wat is het fijn als iemand de rust neemt om jou na te laten denken of lachen. Om je weer op adem te laten komen.

Rust zit hem in twee dingen: in de gebaren die je gebruikt en de manier waarop je je stem gebruikt. Gebaren ondersteunen je stem, maar kunnen ook afleiden. Dan kijkt je publiek alleen naar je zwaaiende armen en hoort niet wat je zegt. Laatst deed ik een experiment met mijn cursisten. Eerst moesten ze met heel veel gebaren spreken, daarna waren ze alleen op hun stem aangewezen. Unaniem zeiden ze dat bij de tweede oefening het verhaal krachtiger overkwam. Nu ging de aandacht naar wat verteld werd.

Met je stem kun je al ontzettend variëren, daar heb je je gebaren niet eens voor nodig. Maar vaak heb je de neiging om snel te praten. Hoe sneller je spreekt, hoe eerder je presentatie immers klaar is. Maar volgt je publiek je nog? Komt je boodschap over? Net als bij dans of muziek zit er een ritme in je verhaal. Het gaat snel, langzaam, en dan is er een tel rust. Rust om op adem te komen of juist stilte om spanning op te roepen.

Rust in een presentatie is een voorwaarde voor succes. Pas dan kan je luisteraar, net als die danser, zich mee laten voeren. En dan ga jij als spreker, echt praten, vertellen.

Wil je ook met rust leren presenteren? contact@carintiggeloven.nl


vrijdag 20 april 2012

Voorzitten 'op gevoel'

Wat is een goede voorzitter? Iemand die een vergadering strak leidt of iemand die de ruimte geeft? En als je al ruimte geeft, hoeveel dan? Ook al weet je het zo goed, de praktijk is weerbarstig.

Ik houd zelf van een strak geleide vergadering, die op tijd begint en op tijd eindigt. Als mensen in herhaling vallen, dan is hun spreektijd voorbij. Ik heb weinig geduld met mensen die alleen zichzelf graag horen. Maar dat laat ik natuurlijk niet blijken. Vriendelijk, doch beslist, met een glimlach wijs ik hen erop dat hun spreektijd voorbij is. Meestal hebben ze de boodschap begrepen. Een enkeling probeert het nog eens.

Maar, het gaat ook wel eens anders. Jij hebt als voorzitter je agenda. Die wil je graag binnen de tijd afronden, en dan wil opeens een groep mensen over een heikel thema discussiëren. Een onderwerp dat niet gepland is, maar waarover de meningen verdeeld zijn en waarbij de emoties hoog oplopen. Een cursist van mij maakte het mee. Zijn oplossing: het onderwerp toch maar op de agenda zetten en er een half uur over discussiëren. Het ene deel van de zaal was daar blij om, het andere deel niet. Had hij het nou goed gedaan, vroeg hij zich af.

Hier houden de regels van strak voorzitten op, vind ik. Als een thema tot zoveel opwinding leidt, dan ontkom je er niet aan om het alsnog op de agenda te zetten. Al is het maar dat iedereen zijn mening kan geven. De druk moet van de ketel. En ook al zou een meerderheid tegen de discussie zijn, dan nog kun je besluiten het wél op de agenda te zetten. Je peilt de temperatuur van de zaal.

Als ik zelf voorzitter ben, moet ik altijd even acclimatiseren: wat zijn dit voor mensen, wat leeft er in groep, wat hangt er in de zaal. En dan ga ik aan de slag, met die agenda - voor zover mogelijk. Mijn doel is dat de mensen met een goed gevoel naar huis gaan. Ook al hebben ze niet op alle punten hun gelijk gehaald. Maar wel is alles besproken wat besproken moest worden. Als voorzitter heb ik al mijn voelsprieten uitstaan. En dan wil ik ook nog op tijd klaar zijn.




donderdag 9 februari 2012

Lezen of luisteren?

Ik houd van twitter: in 140 tekens iets leuks opschrijven. Dat vind ik de kunst. Het is bijna als dichten. Met zo min mogelijk woorden, je maximaal uitdrukken. Sowieso houd ik van dit tijdperk van minder geschreven tekst. Veel tekst is vaak overbodig. Het verbloemt. Wie leest immers al die rapporten? Misschien zouden we sowieso minder kunnen schrijven en meer kunnen vertellen. Want dat is ook een kunst.

Een tijdje geleden leidde ik een tweegesprek op een medewerkersbijeenkomst. Tevoren had ik wat documenten gekregen, die ik doornam om een idee te krijgen waar het over zou gaan. Vervolgens sprak ik de mensen die ik zou interviewen en nog een paar mensen die erbij waren betrokken. Ik kreeg een beeld: het was een groot bedrijf dat voorop wilde lopen in haar branche en daar samen met de medewerkers aan wilde werken. Door te praten met de topman van het bedrijf en de voorzitter van de OR werd ik snel wijzer. Mondeling vertelden zij mij waar het over ging. En aan de manier waarop zij dit vertelden: opgewekt, gedreven, met pauzes en voorbeelden, wist ik wat voor hen, ieder afzonderlijk, belangrijk was. Natuurlijk kon ik uit de stukken ook de nodige informatie halen. Maar wat deze twee mensen mij vertelden was cruciaal voor mijn informatie. Eigenlijk genoeg voor het gesprek. Ik was klaar met de voorbereiding en kon gaan schaatsen.

Ik houd daarom ook niet van uitgebreide rapporten. En ik ben niet zo'n ster in diagonaal lezen. Ik zoek de samenvatting, maar die kan natuurlijk ook vertekend zijn. Dus het liefst bel ik de betrokken mensen. Dan hoor ik tenminste wat voor hen belangrijk is, wat hen beweegt.

Wij zijn nog steeds heel erg gericht op tekst, en wellicht ook op beeld. Zelf ben ik grote radiofan, en luister dus regelmatig. Natuurlijk lees ik ook de krant en volg ik de actualiteiten op internet, maar echte informatie haal ik van de radio - o hoe ouderwets. Dat onthoud ik.

Wat mij altijd heeft gefacineerd is het gegeven dat Groot-Brittannië geen geschreven Grondwet heeft. Dat zegt heel veel over de overkant van het Kanaal. Zolang de grondwet niet geschreven is, kun je hem ook niet veranderen. De common law, het gewoonterecht, dat de Britten hanteren, verandert slechts heel langzaam. In die common law wordt duidelijk wat de waarden en normen van het land zijn. Je ziet de cultuur van het land in de praktijk. Die hoef je niet op te schrijven.

Nu wil ik niet onze grondwet afschaffen. Het gaat mij om de verankering. Die zit hem niet in het geschrevene, maar eerder in het gedeelde, en dat kan beter verteld worden. Zoals een docent pas echt goed is, als hij de theorie goed kan uitleggen. Geschreven tekst is maar geschreven. Het vertelde blijft je bij. Daarin hoor je de waarden van iemand. De intonatie, het beeld, een goed verhaal, dat sla je op. Volgens mij mogen we dus minder schrijven en meer luisteren. Dan horen we waar het om gaat.










Hoe doe je dat bij een interview? Je verzamelt informatie, leest en spreekt de mensen om wie het gaat. Zo doe ik dat althans. Afgelopen week nog. Ik lees me in, vorm me een beeld van het onderwerp. Vervolgens spreek ik voor met de toets mijn ideeën vervolgens aan degenen die ik spreek en aan hun omgeving. Vaak blijkt d
In mijn werk als interviewer/gespreksleider spreek je natuurlijk met mensen. Deze week was ik weer eens gespreksleider - mijn werk. Ik interviewde twee mensen om en om en ze mochten op elkaar reageren. Van tevoren had

woensdag 16 november 2011

Ondernemer


Wie had dat ooit gedacht, dat ik me ondernemer zou noemen? Voor mijzelf, politicoloog, is dat ook iets wonderlijks. En toch, eigenlijk past de titel me wel.

In mijn familie zijn de ondernemers dun bezaaid. Ik moet terug naar de generatie van mijn oma. Dat waren boeren. Ondernemende types. Haar oudste broer kwam als één van de eersten aan in de Noordoost-Polder. De ' Polder' noemden wij dat. En hij had ook nog wel naar Canada gewild. Zijn vrouw echter niet. Ik denk dat mijn oma dat ook wel had gewild. Zij was zo'n stoere boerin. Die wist hoe je de zaken moest aanpakken. Ze vond het op de boer veel leuker dan in het dorp, waar mijn opa later - toen ze de boerderij moesten opgeven - in de fabriek ging werken. Want aldus oma: ' Een vast loon is vaste armoe.'

En dat is precies waarom ik het ook leuk vind om te ondernemen. De lol van je facturen schrijven (en er soms bijna geen tijd voor hebben.) Afgewisseld met mindere tijden. Dat je soms weleens denkt: hoe kom ik aan opdrachten? En op het moment dat je dat denkt, dan komt er iets.

Echt ondernemen is volgens mij zelf iets in gang zetten. Zelf iets creeëren, erin geloven en doorzetten. Niet wachten tot anderen naar je toekomen met hun vraag. Maar zelf het gat in de markt zien en daar iets voor bedenken. Zo heb ik onlangs mijn eigen presentatietraining ontworpen en een wijncursus gegeven. Die, gelukkig (!), snel vol zaten. Dat stimuleert natuurlijk. En nu is het een kwestie van doorzetten. En dan denk ik maar aan die oud-oom in de Polder: die wilde ook zelf wat tot stand brengen.

Voorheen dacht ik altijd: ik moet netwerken. Maar: met wie, waarom, en wat heb ik te vertellen? Maar nu ik mijn eigen ' product' heb, gaat me dat veel makkelijker af. Ik vind het leuk om mijn trainingen te verkopen. Soms hoop ik maar, dat de mensen me niet té enthousiast vinden...

Nu heb ik iets waar ik warm van word. En ja, dus voel ik me ondernemer.



maandag 24 oktober 2011

Spreken is #in


Een vriendin van mij vroeg advies: ze wilde 'spreken in het openbaar' oefenen. Liever niet bij gelikte mannetjes in pakken, maar in een veilige, vertrouwde omgeving. Op een manier die bij haar past. Ik dacht aan een spreek-uur waar zij en anderen kunnen oefenen, fouten maken en weer doorgaan. Toeval of niet: ik wilde mijn spreekuur lanceren en Volkskrant Magazine kwam met een uitgebreid verhaal over vrouwen met spreekangst.

Of spreekangst typisch vrouwelijk is, vraag ik me af. Waarschijnlijk zijn er ook genoeg mannen die er last van hebben. En aan de andere kant: ik vind het zelf ontzettend leuk om te spreken in het openbaar. Ik heb het geleerd in de jongerenpolitiek. Waar je voorstellen moet verdedigen, weerwoord voor de anderen moet hebben. En dat alles in een 'spel'omgeving. En later met radiowerk en les geven heb ik het spreken voor de microfoon (en het laten vallen van stiltes) kunnen verfijnen. Maar ik heb het altijd jammer gevonden, dat retorica niet een onderdeel van het onderwijs is. Zo missen we in Nederland een gedegen basis en vertrouwen in het spreken. We missen de lól van het spreken.

Dus raad ik klanten wel eens aan om Jan Haasbroeks boekje Het geheim van de spreker (Amsterdam, 2008) te lezen. Hij neemt je mee in de wereld van de speeches en toespraken, vertelt hoe hij het zelf doet. Hij heeft het over spreken als: " 'aanzwellen' en 'afsmeken', 'afzwakken' en 'amuseren' via 'ouwehoeren' en 'ophitsen' tot 'verleiden' en 'vervloeken'. " En voegt hij eraan toe: "Voor jou wordt spreken, hoop ik, veroveren, vonken, in vlam zetten en - je toehoorders en jezelf - versteld doen staan." Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. Volgens hem is spreken een beetje theater, een spel om voluit te spelen. Een paar van zijn 'spreekvuistregels':

De speech is een vluchtig wegwerpmedium. Toespraken moet je horen in een volle zaal, niet lezen in stilte.

Een toespraak wil ergens naartoe, anders had die wel spraak geheten.

Een goede speech is een speech die goed valt.

Je hoeft natuurlijk geen Jan te worden. Maar met hem in je achterhoofd wordt spreken in het openbaar een stuk leuker. We zouden het spreken in het openbaar inderdaad veel vaker mogen oefenen. Want het is een kunst, maar ook een kunde. En veel spel.

P.S. Ben je geïnteresseerd in het spreek-uur? bel: 06-51883077 of mail mij: contact@carintiggeloven.nl









woensdag 28 september 2011

Geen wijnpoeha

' Kun je een wijncursus organiseren?' vroeg een collega van Unit2 me afgelopen voorjaar. ' Ik heb wel een aantal belangstellenden.' Daar ga je dan als gespreksleider/presentatietrainer. Want ja, je bent ook vinoloog. Groeit de liefhebberij uit tot een serieuze hobby? Nu het najaar begint, is de eerste wijncursus een feit, met een serie van vier proefavonden. Wat ga ik doen?

Ik heb maar één missie: mijn cursisten bewust laten proeven. Want als je dat kunt, kun je oordelen over de wijn: is hij goed? Vind ik hem lekker? En: past hij bij het eten? Als je met aandacht proeft, dan kun je steeds beter bepalen welke wijn je wanneer wilt.

Mijn favorieten zijn de wijnen die verrassen. Dat zijn niet per sé de koningen onder de wijnen. Het mogen ook onbekende ridders of jonkvrouwen zijn. Ik ben zelf nogal wars van wijnpoeha. Natuurlijk houd ik van de Margaux' (Bordeaux), DRC's (Domaine Romanée-Comti, Bourgogne) en Barolo's (Piëmonte, Italië). Omdat ik ze mooi gemaakt vind, omdat ze zoveel schakeringen in de smaak hebben. Maar die onbekenden, uit Spanje, Italië, Duitsland of de rest van de wereld, vind ik minstens zo spannend. Onbekend is bij mij erg bemind.

Het wordt dus geen cursus van geijkte paden. Ik hoop mijn deelnemers af en toe op het verkeerde been te zetten. Tegelijkertijd ben ik ook benieuwd wat zij proeven, lekker vinden en waarom. Ook voor mij is het de kunst om mijn eigen voorkeur af en toe opzij te zetten.

En nu zit ik dus te denken, boeken door te bladeren, wijnherinneringen door te spitten. Volgende week begint het, tijd om het programma klaar te hebben. De eerste bijeenkomst staat in het teken van de druif. Want daar begint alles mee.

(NB Er komt ook een tweede cursus: 4 dinsdagavonden in Den Haag, vanaf 8 november a.s.)