woensdag 27 januari 2010

Duurzaam leiderschap en indianenverhalen


Waarom hebben sommige indianenstammen de komst van de westerlingen overleefd? Omdat ze hun werk deden én tijd inruimden voor overleg. Ze gingen op jacht, zochten voedsel, bouwden hun tipi's en ze zaten rondom hun totempaal. Dan bespraken ze met elkaar de dingen die besproken moesten worden. Volgens een vast ritueel. Een aantal Canadese wetenschappers heeft dit onderzocht. En het is niet mijn citaat, maar dat van Sander Tideman. (http://www.sandertideman.com/)

Tideman is economisch jurist, werkte als bankier en nu als consultant. Ik was aanwezig bij een workshop die hij vorige week gaf. Zonder Powerpoint, maar staand bij een flipover, met een stift in de aanslag. Drie uur lang sprak hij over duurzaam leiderschap, leven en dood, macht en liefde en wat dat allemaal met elkaar te maken heeft. Over de korte termijn-doelen van bedrijven en het gebrek aan lange termijn-visie. Wij, deelnemers, luisterden ademloos. En konden aanvullen: veel bedrijven prediken duurzaamheid. Maar dat is vooral een mooi woord om je mee te profileren. Duurzaam moet!

Duurzaam leiderschap gaat volgens Tideman - en ik vertaal het in mijn eigen woorden - om actie en contemplatie. Om jacht en totempaal. Je doelen nastreven, maar ook erover praten. Nu zijn er in bedrijven veel overleggen, vergaderingen en meetings. Maar: zitten daar de juiste mensen rond de totempaal? Moeten er niet meer mensen bij? Durft iedereen te zeggen wat hij vindt? Wordt er geluisterd? Want pas als je gehoord wordt, ga je je ook inzetten. Er wordt op je gerekend. De indianen hadden hun rituelen en een hiërarchie. Zo wist je wie er eerst sprak, en wie er daarna kwam. Maar iedereen mocht spreken vanuit zijn eigen overtuiging. Iedereen voelde zich gehoord én aangesproken. En daar komt leiderschap om de hoek kijken.

Een tijdje geleden was ik gespreksleider op de Dag van de Dialoog in Leiden. Het thema was Buur, Vriend of Leidenaar. De Dialoog heeft als principe: je zit aan een tafel; iedereen doet zijn verhaal en de anderen luisteren. Eén van de regels is bijvoorbeeld dat je de ander niet onderbreekt en jouw mening geeft. Van tevoren was ik (met mijn journalistieke achtergrond) huiverig dat dit ellenlange verhalen zouden worden. Maar nee, iedereen hield zich aan de spelregels en ik hoorde mooie verhalen over een man van in de zeventig die kookt voor zijn buurtgenoten en van een buurvrouw die haar moeilijk lopende buurvrouw verpleegt.

Hetzelfde principe geldt bij Storytelling: je laat mensen hun persoonlijke verhaal vertellen over datgene wat hen drijft, waar ze boos of blij van worden. En ook daar grijp je niet in. Een ander kan het ermee oneens zijn, maar dat is zijn verhaal. Het gaat erom dat je beiden serieus neemt.

Daar ligt misschien ook een link met de totempaal. Ik was er nooit bij, maar ik kan me voorstellen dat alle indianen hun verhaal deden. En ook al was je het niet met je voorganger eens, je begreep hem wel. Na zo'n overleg was de lucht geklaard, de dingen van de dag waren besproken en was er tijd en ruimte om aan de slag te gaan. Want dat moet ook gebeuren. Zoals Tideman het verwoordde: in de kleedkamer bespreek je het spel, maar op het veld moet je voetballen.