woensdag 16 november 2011

Ondernemer


Wie had dat ooit gedacht, dat ik me ondernemer zou noemen? Voor mijzelf, politicoloog, is dat ook iets wonderlijks. En toch, eigenlijk past de titel me wel.

In mijn familie zijn de ondernemers dun bezaaid. Ik moet terug naar de generatie van mijn oma. Dat waren boeren. Ondernemende types. Haar oudste broer kwam als één van de eersten aan in de Noordoost-Polder. De ' Polder' noemden wij dat. En hij had ook nog wel naar Canada gewild. Zijn vrouw echter niet. Ik denk dat mijn oma dat ook wel had gewild. Zij was zo'n stoere boerin. Die wist hoe je de zaken moest aanpakken. Ze vond het op de boer veel leuker dan in het dorp, waar mijn opa later - toen ze de boerderij moesten opgeven - in de fabriek ging werken. Want aldus oma: ' Een vast loon is vaste armoe.'

En dat is precies waarom ik het ook leuk vind om te ondernemen. De lol van je facturen schrijven (en er soms bijna geen tijd voor hebben.) Afgewisseld met mindere tijden. Dat je soms weleens denkt: hoe kom ik aan opdrachten? En op het moment dat je dat denkt, dan komt er iets.

Echt ondernemen is volgens mij zelf iets in gang zetten. Zelf iets creeëren, erin geloven en doorzetten. Niet wachten tot anderen naar je toekomen met hun vraag. Maar zelf het gat in de markt zien en daar iets voor bedenken. Zo heb ik onlangs mijn eigen presentatietraining ontworpen en een wijncursus gegeven. Die, gelukkig (!), snel vol zaten. Dat stimuleert natuurlijk. En nu is het een kwestie van doorzetten. En dan denk ik maar aan die oud-oom in de Polder: die wilde ook zelf wat tot stand brengen.

Voorheen dacht ik altijd: ik moet netwerken. Maar: met wie, waarom, en wat heb ik te vertellen? Maar nu ik mijn eigen ' product' heb, gaat me dat veel makkelijker af. Ik vind het leuk om mijn trainingen te verkopen. Soms hoop ik maar, dat de mensen me niet té enthousiast vinden...

Nu heb ik iets waar ik warm van word. En ja, dus voel ik me ondernemer.



maandag 24 oktober 2011

Spreken is #in


Een vriendin van mij vroeg advies: ze wilde 'spreken in het openbaar' oefenen. Liever niet bij gelikte mannetjes in pakken, maar in een veilige, vertrouwde omgeving. Op een manier die bij haar past. Ik dacht aan een spreek-uur waar zij en anderen kunnen oefenen, fouten maken en weer doorgaan. Toeval of niet: ik wilde mijn spreekuur lanceren en Volkskrant Magazine kwam met een uitgebreid verhaal over vrouwen met spreekangst.

Of spreekangst typisch vrouwelijk is, vraag ik me af. Waarschijnlijk zijn er ook genoeg mannen die er last van hebben. En aan de andere kant: ik vind het zelf ontzettend leuk om te spreken in het openbaar. Ik heb het geleerd in de jongerenpolitiek. Waar je voorstellen moet verdedigen, weerwoord voor de anderen moet hebben. En dat alles in een 'spel'omgeving. En later met radiowerk en les geven heb ik het spreken voor de microfoon (en het laten vallen van stiltes) kunnen verfijnen. Maar ik heb het altijd jammer gevonden, dat retorica niet een onderdeel van het onderwijs is. Zo missen we in Nederland een gedegen basis en vertrouwen in het spreken. We missen de lól van het spreken.

Dus raad ik klanten wel eens aan om Jan Haasbroeks boekje Het geheim van de spreker (Amsterdam, 2008) te lezen. Hij neemt je mee in de wereld van de speeches en toespraken, vertelt hoe hij het zelf doet. Hij heeft het over spreken als: " 'aanzwellen' en 'afsmeken', 'afzwakken' en 'amuseren' via 'ouwehoeren' en 'ophitsen' tot 'verleiden' en 'vervloeken'. " En voegt hij eraan toe: "Voor jou wordt spreken, hoop ik, veroveren, vonken, in vlam zetten en - je toehoorders en jezelf - versteld doen staan." Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. Volgens hem is spreken een beetje theater, een spel om voluit te spelen. Een paar van zijn 'spreekvuistregels':

De speech is een vluchtig wegwerpmedium. Toespraken moet je horen in een volle zaal, niet lezen in stilte.

Een toespraak wil ergens naartoe, anders had die wel spraak geheten.

Een goede speech is een speech die goed valt.

Je hoeft natuurlijk geen Jan te worden. Maar met hem in je achterhoofd wordt spreken in het openbaar een stuk leuker. We zouden het spreken in het openbaar inderdaad veel vaker mogen oefenen. Want het is een kunst, maar ook een kunde. En veel spel.

P.S. Ben je geïnteresseerd in het spreek-uur? bel: 06-51883077 of mail mij: contact@carintiggeloven.nl









woensdag 28 september 2011

Geen wijnpoeha

' Kun je een wijncursus organiseren?' vroeg een collega van Unit2 me afgelopen voorjaar. ' Ik heb wel een aantal belangstellenden.' Daar ga je dan als gespreksleider/presentatietrainer. Want ja, je bent ook vinoloog. Groeit de liefhebberij uit tot een serieuze hobby? Nu het najaar begint, is de eerste wijncursus een feit, met een serie van vier proefavonden. Wat ga ik doen?

Ik heb maar één missie: mijn cursisten bewust laten proeven. Want als je dat kunt, kun je oordelen over de wijn: is hij goed? Vind ik hem lekker? En: past hij bij het eten? Als je met aandacht proeft, dan kun je steeds beter bepalen welke wijn je wanneer wilt.

Mijn favorieten zijn de wijnen die verrassen. Dat zijn niet per sé de koningen onder de wijnen. Het mogen ook onbekende ridders of jonkvrouwen zijn. Ik ben zelf nogal wars van wijnpoeha. Natuurlijk houd ik van de Margaux' (Bordeaux), DRC's (Domaine Romanée-Comti, Bourgogne) en Barolo's (Piëmonte, Italië). Omdat ik ze mooi gemaakt vind, omdat ze zoveel schakeringen in de smaak hebben. Maar die onbekenden, uit Spanje, Italië, Duitsland of de rest van de wereld, vind ik minstens zo spannend. Onbekend is bij mij erg bemind.

Het wordt dus geen cursus van geijkte paden. Ik hoop mijn deelnemers af en toe op het verkeerde been te zetten. Tegelijkertijd ben ik ook benieuwd wat zij proeven, lekker vinden en waarom. Ook voor mij is het de kunst om mijn eigen voorkeur af en toe opzij te zetten.

En nu zit ik dus te denken, boeken door te bladeren, wijnherinneringen door te spitten. Volgende week begint het, tijd om het programma klaar te hebben. De eerste bijeenkomst staat in het teken van de druif. Want daar begint alles mee.

(NB Er komt ook een tweede cursus: 4 dinsdagavonden in Den Haag, vanaf 8 november a.s.)

maandag 19 september 2011

De kunst van het volgen


Het is de tijd van Leiderschap. Overal lees ik over goed leiderschap, persoonlijk leiderschap, professioneel leiderschap. Eigenlijk is iedereen een leider. Al was het maar in je privé-leven. Je moet leiderschap tonen (hoe doe je dat?). Alleen: wie volgt er nog? En: wie durft of kan het? Volgens mij wordt het schromelijk onderschat: het volgen. Want dat is pas echt de kunst.

Ik dans tango. Dat is een kwestie van goed leiden en goed volgen. In mijn geval, als dame: volgen. Dus heel gewoon: jezelf laten gaan, en dan gaat het vanzelf. Nou, nee. Ten eerste ben ik een moderne vrouw, dus heb ik graag zelf de touwtjes in handen. Neem soms het stuur over van mijn danspartner. (Oh ja, ik weet al welke passen we gaan doen. En dan geeft hij net iets anders aan.) En ten tweede: wat is dat goed volgen? Helemaal niets doen? Je helemaal richten op je danspartner? (En als het dan mis gaat, is het altijd zijn schuld - heeft hij niet goed geleid.) Nee, dat is het ook niet.

Volgen is niet klakkeloos doen wat je denkt te moeten doen. Volgen is voelen. Sta ik stabiel, wat zegt de muziek en wat wil mijn partner? Je richt je dus aan de ene kant op je partner, maar je kunt jezelf ook staande houden. Je valt niet over hem heen, als hij een draai aangeeft. En je voelt, voelt wat hij wilt, en luistert daarnaar. Het mooie is dat tango alleen werkt, als je goed kunt volgen.

Nu lukt dat niet altijd. Je hebt je dag niet. (Het was druk, je moest veel leiderschap tonen en nu moet je opeens volgen.) Of je danst met een nieuwe partner. Dat is telkens weer wennen. En bij de ene kun je je makkelijker overgeven dan bij de ander.

Toch merk ik steeds weer hoe mooi het is, als je wel kunt volgen. Als je denkt: ik vertrouw jou, ik houd mezelf staande, en neem me maar mee. Dan stroomt de energie tussen jou en je danspartner. En ook al doe je het nog niet zo lang, het voelt alsof je de sterren van de hemel danst.

Ik heb gemerkt dat volgen ook een hele kunst is. En dat het veel plezier oplevert. Niet te onderschatten.

woensdag 7 september 2011

Ode aan Guy


' Wie is je held?' Het is theepauze op de Unit en we doen een spelletje. Ah, mijn held... 'Is dat niet Guy?' suggereert een collega. Ja, schrijf maar op: Guy. Voor de niet-kenners: Verhofstadt is zijn achternaam.

Een blog over wijn dat gaat over Guy? Natuurlijk. Hij heeft immers een wijndomein in Italië. En hij was ook nog wereldwijn-ambassadeur. Als iemand met goesting over wijn spreekt, is hij het. Luister hoe hij uitlegt, hoe wijn leeft. (Zie: Zomergasten) En dat de meeste wijnen jong zijn, en ook jong moeten blijven. Ze zijn niet bedoeld om op te leggen en langzaam ouder (en mooier) te worden. Het zijn snelle wijnen. Dus, snel drinken. Terwijl juist die langzame wijnen zo mooi ouderen, en alsmaar beter worden als je ze met rust laat. Maar die worden steeds minder gemaakt.

Guy is mijn held omdat hij van wijn houdt, en omdat hij ook nog een visie heeft. Misschien kun je het beter andersom zeggen? Een politicus naar mijn hart, die nadenkt hoe het over tien, twintig jaar verder moet met Europa, met ons. Los van de waan van de dag. Bij een glas wijn kun je ook beter beschouwen. Slow politics en slow wine.

Menig Nederlands politicus kan een voorbeeld aan Guy nemen. Iets minder zuur, iets minder vragenuur, iets meer Joie de vivre. Want als je van het leven houdt, wil je dat ook doorgeven aan toekomstige generaties. Oh ja, natuurlijk is Guy niet volmaakt. Maar dit is een ode, een ode aan Guy de visionaire wijnliefhebber.
Ik zou wel druiven bij hem willen plukken! (Maar dat duurt nog een paar jaar.)